Oude kerk

  • Afdrukken
kerk zijkant
 
Oude Kerk
De geschiedenis van het ontstaan van de oude Laurentiuskerk gaat terug tot het midden van de veertiende eeuw, blijkt uit het onderzoek dat streekarchivaris A.M.C. Zom gedaan heeft. Vermoedelijk is het eerste stenen, gotische kerkje tussen 1329 en 1343 gebouwd, slechts 6 bij 14 meter groot en met een rieten dak. Als u benieuwd bent naar de hele historie van het gebouw dat in 1648 in gebruik is genomen door de Hervormde gemeente van Dongen, nu de Protestantse Gemeente Dongen en Rijen, dan nodigen we u van harte uit verder te lezen. 


 
 
 
 


Begin 15e eeuw: in de tweede bouwfase verrijst waarschijnlijk eerst de Kempense bakstenen toren met een hoogte van ca. 42 meter. Vermoedelijk is de toren al vanaf de bouw eigendom van de burgerlijke gemeente geweest.


Eind 15e eeuw
: over de fundamenten van deze eerste kerk wordt in de derde bouwfase een nieuwe kerk gebouwd, in de bouwstijl van de Kempense gotiek. Deze herkent u aan de gewelven met kruisbogen en ramen met spitsbogen (transepten). Vervolgens vullen ze het schip en de beide zijbeuken, in basilicale stijl, dus met vensters en een middenbeuk die boven de zijbeuken uitrijst. 

1640 – 1644: in de Tachtigjarige Oorlog, van 1568-1648, heeft de kerk veel te lijden van de oorlogshandelingen en/of slecht onderhoud. In 1640, beginnen ze echter de kerk te herstellen. Zo worden in deze vierde bouwfase de restanten van de oude kerk afgebroken en komt er een nieuw schip. Het oorspronkelijke rieten dak wordt door leien vervangen en het riet wordt in het openbaar verkocht. De oorspronkelijke basilicale vorm maakt plaats voor een pseudo-basilicale vorm. Het lijkt erop, maar is het niet. De totale grootte van de kerk is 51 x 17 meter.

1648: op 25 juni 1648 nemen de hervormden de kerk in bezit. Dit is een dramatische situatie voor de katholieken: zij hebben juist in 1647 de restauratie van hun kerk voltooid. Na de overname wordt het hoogkoor afgescheiden. De kerkdiensten vinden dan plaats in het kerkschip.

1672
: de Franse troepen plunderen en beschadigen de kerk.

1685: op 24 mei 1685 besluiten de schout en schepenen een raadskamer met secretarie aan de zuidzijde van de toren te bouwen van ca. 37 m². Dit is het eerste Dongense gemeentehuis.

1782: het dorpsbestuur neemt een gedeelte van het kerkschip in gebruik, om er de brandspuit te stallen. Daarvoor wordt een uitgang gemaakt tussen de toren en de eerste steunbeer aan de noordkant van het middenschip. Tot 1822 stond de brandspuit in de kerk.

1798: de toren van de kerk wordt definitief eigendom van de burgerlijke gemeente. Dit is een gevolg van de additionele artikelen van de Staatsregeling voor het Bataafse volk.

1810: nu wordt de torenspits afgebroken. Dit is nodig in verband met een semafoor voor de Franse bezetter, als schakel in de seinketen tussen Parijs en Amsterdam. Een semafoor of optische telegraaf was het eerste, bruikbare middel voor optische telecommunicatie.

1822: nu wordt het Koninklijk Besluit genomen, om het kerkgebouw definitief aan de Hervormde gemeente te laten.

in toren
1830
:
de kerk wordt door Jos Th. Cuypers gerestaureerd. Hierbij wordt een gedeelte van de toren ingericht voor cachotten, politiebureau en een archief.

1843: opnieuw is een restauratie van de kerk nodig. In classicistische vormgeving wordt er nu tussen het schip en het koorgedeelte een muur gemetseld. Daarna wordt alleen nog het schip gebruikt voor de kerkdiensten.

1860: het oude gemeentehuis wordt gesloopt.

1907: de Hervormde gemeente maakt plannen om de kerk te slopen.

1912: op verzoek van het gemeentebestuur van Dongen maakt de rijksdienst voor de monumentenzorg een plan voor een algehele restauratie.

1922: omdat het kerkgebouw bouwvallig wordt, zijn er geen kerkdiensten meer in de kerk. De gemeente komt nu samen in de pastorie. Er woont toch geen predikant: de gemeente moest het zonder dominee doen.

uitleg ruine
1928
: op 22 mei stort tijdens een storm het dak van het schip in en de kerk raakt hierna nog verder in verval. De rest van het scheefhangende dak en de vieringtoren worden afgebroken.



1929: de heer Kalf, directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg, schrijft op 26 november 1929 aan de Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant een brief over het mogelijke herstel van de kerk. Hij schrijft dat de wezenlijk waardevolle delen van het gebouw, zoals de toren, het dwarspand en het koor, zullen worden behouden en hersteld. Ook geeft hij aan dat het schip, dat alleen als ruïne bewaard blijft, van zeer gering belang is. Door het als ruïne te laten bestaan, blijft het echter de toren binden. Met foto’s van zo’n kerk in Bergen in Noord-Holland laat hij zien hoe prachtig de werking van zo’n ruïne kan zijn. Hij vindt deze oplossing uit esthetisch oogpunt volkomen verantwoord. Verder wordt een ontwerp overlegd voor de restauratie van het koor en transept. Volgens hem blijkt hier uit, dat deze delen uitwendig volkomen in ere zullen worden hersteld en inwendig een goed geproportioneerde kerkruimte zullen geven.

1930-1932: het priesterkoor, de dwarsbeuken en de in 1810 afgebroken torenspits worden herbouwd. In de zuidelijke dwarsbeuk komt een kosterswoning. Het middenschip blijft een ruïne.

ruine 1
1973
: de stichting tot restauratie, behoud en exploitatie van de Ned. Hervormde Kerk wordt opgericht. De naam is inmiddels veranderd in Stichting De Oude Kerk.

1975
: op 13 juni 1975 wordt het kerkgebouw voor één gulden verkocht aan de stichting.

1977: het pannendak van het koor en de zijbeuken worden vervangen door een leien dak. Ook worden dakgoten en afvoerpijpen voor het regenwater aangebracht. De kosten bedragen ƒ 344.743,--.

1984-1986: het koor en de transepten worden definitief gerestaureerd voor ca ƒ 700.000,--. Er wordt een tongewelf met gewelfschotels aangebracht. Deze schotels, het lofwerk van het orgel en het wapen van Dongen op het predikantenbord zijn gemaakt door de heer W. Riksen te Dongen. Ook worden de torenspits en het torenuurwerk uit 1671 hersteld. Tijdens de restauratie wordt het graf van de Dongense pastoor Diederik Willemszoon (1485-1503) blootgelegd. In de eikenkist bevinden zich vrij goed geconserveerde stoffelijke resten, zoals zijn habijt, kazuivel en leren schoenen.

1989: de statuten van de stichting worden herzien, net als de naam die Stichting de Oude Kerk wordt.

2007: de rechtbank te ’s-Hertogenbosch benoemt op 25 januari 2007 een nieuw stichtingsbestuur. Zij maakt plannen om het kerkgebouw multifunctioneel te gaan gebruiken en de ruïne te conserveren.

2008: de provincie Noord-Brabant besluit op 5 december 2008 € 300.000,-- subsidie te verlenen om de plannen te realiseren. 

2010: op 9 december 2009 besluit de Dongense gemeenteraad € 150.000,-- bij te dragen. Op basis van deze beide subsidies besluit het stichtingsbestuur om de conserverings- en restauratieplannen van het kerkgebouw te gaan uitvoeren. De kosten daarvan worden geraamd op € 530.000,--.

2011
: op 22 maart 2011 geeft burgemeester Simone Dirven de aftrap voor de werkzaamheden, die de restauratie van 1986 afmaken. Het gaat dan om diverse werkzaamheden aan het koor en de transepten, zoals het herstellen van het voegwerk, muurlood, natuursteen en het glas-in-lood. Ook worden de houtaantasters bestreden, de topgevels (ezelsruggen) afgewerkt en er komen een goot en leien aan de ruïnezijde. Verder wordt de ruïne geconserveerd en worden de muren opgemetseld en afgedekt met een betonbalk. Vervolgens worden ze schoongemaakt en behandeld met een steenversteviger. Ook komt er bestrating en worden er veiligheidsmaatregelen genomen. Het aanbrengen van gebruiksvoorzieningen, zoals elektra en riolering, hoort natuurlijk ook bij alle werk die gedaan moet worden. Dankzij al deze aanpassingen kan het gebouw de multifunctionele functie krijgen, die past bij het gebouw. 

2012: opening en ingebruikname ruïne.  
opening zangeresopening